Als de vakantie aanbreekt moeten er diverse voorbereidingen getroffen worden. Er worden aardappelen, blikgroenten,margarine, toiletpapier, hagelslag, jam en limonadesiroop in grote hoeveelheden ingeslagen. Zelfs de kwaliteitswijn met schroefdop wordt niet vergeten. Ook moeten er enkele jerrycans met vers Nederlands water gevuld worden. Als de caravan van stal is gehaald en grondig gepoetst is, word deze volgestouwd met de aangekochte etens- en drinkwaar. Je moet tenslotte prijsbewust kunnen genieten van je vakantie. Uiteraard moeten de (kinder)fietsen, surfplanken, tuinstoelen, tafels, luchtbedden , slaapzakken en spelletjes mee.

Op vrijdagmiddag is het zover, alle voorbereidingen zijn getroffen en het hele gezin is in opperste staat van verrukking. Vader zit, met het Hema-zonnebrilletje en het bekende witte petje op z`n kalend hoofd, achter het stuur. Naast Vader zit Moeder met een landkaart op haar schoot, zij leest kaart en bekijkt hoe er het beste van Weert naar Maastricht gereden kan worden. Achterin zitten de krijsende kinderen. Dan kunnen ze vertrekken. Pa zet de, door de veren gezakte, Opel Kadett in de eerste versnelling, en met veel gekraak en gekreun zet het "span" zich in beweging. De vakantiegangers worden uitgezwaaid door de buren, die met veel verbazing toekijken hoe de zwaar overbeladen caravan langzaam uit het zicht verdwijnt.

Eenmaal op de autosnelweg begint de ellende: File. de kinderen beginnen te zeuren: "Wanneer zijn we er?". "Duurt het nog lang?". "Ik ben misselijk". "Ik heb dorst". "Ik moet plassen". Pa ergert zich geel en groen, maar laat niets merken. Je gaat tenslotte maar een keer op vakantie. Na een paar uur in de file te hebben gestaan is het tij voor een "pitstop". Alle portieren worden geopend, evenals de motorkap en kofferbak. De inhoud van de kofferbak ligt tussen de caravan en de Opel, omdat de lauwe cola voor de kinderen onderin lag. Terwijl Ma de troep weer in de kofferruimte stouwt, controleert Pa het olie- en koelvloeistofpeil en schopt vakkundig tegen de banden. De kinderen hebben intussen het lauwe blikje cola leeggedronken en een plasje gemaakt. Dan wordt de reis voortgezet. Het in druk en Pa slingert van de ene naar de andere rijstrook. De verkeersdeelnemers achter de toeristen houden een veilige afstand, want het "span" kan elk moment door de assen zakken. Pa is zich nergens van bewust en rijdt stug van parkeerplaats naar parkeerplaats. Daar maken zij het leven van vrachtwagenchauffeurs zuur door hun parkeervakken in te nemen. Pa en Ma rijden om de beurt. Als Vader rijdt mag Moeder niets zeggen over Pa`s rijstijl, maar als Moeder rijdt zit Pa contstant te zeuren: "Kijk in de spiegels, houdt afstand, opschakelen terugschakelen" enz.enz. Ze maken een lange pauze vlak voor Parijs. Door Parijs rijden kun je beter s`nachts, want dan is het misschien niet zo druk in de grote angstaanjagende stad. Moeder durft niet door Parijs te rijden, Vader eigenlijk ook niet maar dat wil hij niet laten merken. Uiterlijk koel en beheerst maar innerlijk een en al spanning neemt Pa plaats achter het stuur, nadat hij eerst nog eens vakkundig tegen de banden heeft geschopt. De kinderen zitten schreeuwend en ruziemakend achterin.Sputterend zet de Opel Kadett met de overbeladen caravan zich in beweging. Dan is het spannendste gedeelte van de reis aangebroken: PARIJS. Net voorbij vliegveld Charles de Gaulle is opeens grote paniek. Er staan zoveel wegwijzerborden dat Ma niet weet welke richting ze moeten aanhouden. Pa schreeuwt dat vrouwen niet eens kaart kunnen lezen. Op Pa`s voorhoofd verschijnen zweetdruppeltjes en een gore transperatielucht verspreid zich door de auto, terwijl de druk op Vaders sluitspier toeneemt. Bovendien worden de kinderen steeds lastiger, wat ook niet aan het goede humeur bijdraagt. Uiteindelijk bereiken ze, even voorbij Parijs uitgeput en nat van het zweet, een parkeerplaats. Nu de inspanningen van de laatste uren geleidelijk minder worden slaat de honger toe. De bagage moet eerst uit de kofferbak, want de kleffe broodjes liggen natuurlijk onderin. Pa en Ma nemen, de intussen bitter geworden koffie uit de thermoskan. De kinderen krijgen een blikje lauwe cola. Dan is het tijd om verder te rijden. Pa wil s`morgens op tijd op de camping zijn om de beste plaats te vragen. De rest van de reis verloopt rustiger omdat de kinderen intussen slapen. In de vroege morgen arriveren ze op de camping. Pa installeerd de caravan op een mooi en rustig plekje, je wilt tenslotte rust hebben als je op vakantie gaat. Als alles op de juiste plaats staat ploft Pa uitgeput in een plastic tuinstoel. Het zal nog vier dagen duren voordat hij weer helemaal is bijgekomen van de zware vermoeiende reis.

H.D.

Het mooie weer heeft mij ertoe gebracht het zijraam naar beneden te draaien. Zo kun je ook beter naar beneden kijken en de blote knietjes van aantrekkelijke dames in cabrio`s bewonderen. Ik sta stil voor een verkeerslicht. Plots zie ik pal voor mijn neus een vlieg langsvliegen. Als ik ergens een schurfthekel aan heb dan zijn het vliegen in de auto. Ik probeer de vlieg met mijn ogen te volgen, want dat beest moet de auto uit. Als hij weer voorbij vliegt, probeer ik hem uit de lucht te vangen. Ik knijp mijn hand strak dicht en wil zo de vlieg van het leven beroven. Voorzichtig open ik mijn hand om te zien naar het resultaat. Niks. Shit…mis. Ik kijk weer rond, op zoek naar de vlieg. Ik zie hem zitten op een gordijn achter mij. Ik pak de stadsplattegrond van Berlijn, terwijl ik op de weg voor mij let, maar de vlieg toch niet uit het oog wil verliezen. Op het moment dat ik de kaart goed in de hand heb, zwaai ik met een vlug gebaar naar de vlieg op het gordijn. Met een doffe plof klop ik alleen wat stof uit het gordijn, want de vlieg is al weer weg. Plots voel ik een weerstand in het stuur, automatisch stuur ik tegen, en draai zo weg van het trottoir. In de spiegels zie ik de oplegger zwabberen. Dan moet ik sterk afremmen want vlak voor mij staat het verkeer stil. Phoe…. Dat ging nog net goed. Ik laat de vlieg maar, want dit is te gevaarlijk. Ik kan geen vliegen vangen en dan ook nog rijden. Dan ineens vliegt dat kreng weer pal voor mijn neus. Opnieuw wil ik de vlieg uit de lucht grijpen, maar ook nu lukt dit niet. Ik probeer de vlieg dan maar te negeren. Dan heb ik een briljant idee. Ik draai het raampje aan de bijrijderzijde open, neem mijn luchtpistool, en blaas daarmee de vlieg de auto uit. Dan draai ik de beide ramen snel dicht en laat de blote knietjes voor wat ze zijn.  
vlieg
Meer verhalen