In juli 2000 kregen mijn broer, mijn zusjes en ik een aangetekende brief van een notariskantoor uit Engeland. Wij moesten zo spoedig mogelijk contact met hun opnemen. Na een kort telefonisch gesprek werd er een afspraak gemaakt in een Amsterdams hotel. Toen wij vier dagen later op de afgesproken plaats verschenen, wachtte drie deftige heren ons al op.Deze stelde zich aan ons voor als advokaat,notaris en een president-directeur. Wij snapte er niets meer van. Wat wilden zij van ons? Of was het misschien een grap? Na een bijzonder duur kopje koffie kwamen de lederen koffers en actetassen op tafel. Wat was het geval? Een oudoom, waarvan wij het bestaan niet eens wisten, was overleden en wij waren de enige erven. Ik vroeg aan de heren wat er dan te erven was. Het antwoord was: "Een transportbedrijf, een groothandel in electronica, een keten kledingzaken, enkele herenhuizen en geld". Wij waren met stomheid geslagen en wisten niet meer wat we vragen moesten. Toen nam de notaris het woord, alles moest evenredig verdeeld worden. Om een lang verhaal kort te maken;Ik heb gekozen voor het transportbedrijf, omdat dat mij het meest aanspreekt. Desondanks blijf ik in dienst bij SV omdat wij,Yvonne en ik, geen behoefte hebben naar Engeland te emigreren. De zaken worden beheerd door een zeer deskundige bedrijfsleider.
H.D.